Bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizenDe Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) regelt de opnameprocedure en de rechtspositie van mensen die onvrijwillig in een psychiatrische instelling worden opgenomen. In de wet is ook een klachtprocedure opgenomen. De wet geldt niet voor mensen die zich vrijwillig laten opnemen.Doelgroep

De wet is bedoeld voor mensen met een psychiatrische aandoening, met een verstandelijke handicap of voor ouderen die bijvoorbeeld dementeren (psychogeriatrische patiënten).

Instellingen

De Wet BOPZ geldt alleen voor instellingen die daarvoor een vergunning hebben gekregen van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit is de zogenoemde BOPZ-aanmerking. Het gaat om de volgende instellingen:

  • algemene psychiatrische ziekenhuizen (APZ);
  • psychiatrische afdelingen van academische ziekenhuizen (PAAZ);
  • verlavingsklinieken, klinieken voor forensische psychiatrie;
  • psychogeriatrische verpleeghuizen;
  • (gesloten) afdelingen van een verzorgingshuis;
  • inrichtingen voor meervoudig gehandicapten.

BOPZ-aanmerking

Via het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) kan een instelling die niet is aangemerkt, een zogenoemde Bopz-aanmerking aanvragen.

Beleid, wettekst, toezicht

Het ministerie van VWS is als eerste verantwoordelijk voor het beleid rondom de Wet BOPZ, daarnaast is het ministerie van Justitie verantwoordelijk. De Inspectie voor de Gezondheidszorg houdt toezicht op de juiste uitvoering van de wet.