Kan een kinderrechter een minderjarige plaatsen in een inrichting voor jeugdigen?

De kinderrechter kan een minderjarige een maatregel van ‘plaatsing in een inrichting voor jeugdigen’ (PIJ-maatregel) opleggen. De kinderrechter legt deze maatregel op omdat de minderjarige schuldig is aan een ernstig misdrijf.  Daarnaast vindt de kinderrechter intensieve hulp en behandeling noodzakelijk om herhaling van het misdrijf te voorkomen. De Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) voert deze behandelmaatregel uit door de jongere op te sluiten, opnieuw op te voeden en te behandelen.

Tweeledig doel

De PIJ-maatregel dient een tweeledig doel:

  • de heropvoeding van minderjarigen;
  • de behandeling van minderjarigen met een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens in een strafrechtelijk kader.

Het doel van deze aanpak is om de minderjarige te laten begrijpen wat de maatschappij van hem of haar verwacht en om de jongere goed voor te bereiden op terugkeer in de samenleving.

Duur

De PIJ-maatregel wordt opgelegd voor de duur van twee jaar en kan in geval van een geweldsdelict worden verlengd tot maximaal vier jaar. Als er ook sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de jongere kan de maatregel worden verlengd tot maximaal zes jaar.

Gedragsdeskundigen

De rechter wint, voordat een PIJ-maatregel wordt opgelegd, altijd het oordeel van twee gedragsdeskundigen in. Wanneer op het moment van het plegen van het delict mogelijk sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis, is één van de rapporteurs een psychiater.

Jeugd-tbs

Hoewel in het spraakgebruik de PIJ-maatregel vaak jeugd-tbs wordt genoemd, zijn beide maatregelen niet volledig vergelijkbaar. Voor het opleggen van tbs is de aanwezigheid van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens een vereiste. De PIJ-maatregel kan ook opgelegd worden voor lichtere feiten dan bij jeugd-tbs of als heropvoeding noodzakelijk is.