Welke middelen worden toegepast bij gedwongen opname in een psychiatrische instelling?

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) stelt dat voor mensen die onvrijwillig zijn opgenomen in een instelling een behandelingsplan wordt gemaakt. Voor verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische patiënten (bijvoorbeeld dementerende ouderen) heet dit een zorgplan. In dit behandel- of zorgplan staan therapeutische activiteiten die erop gericht zijn het gevaarlijke gedrag te laten verdwijnen. De activiteiten moeten tegelijk zorgen voor stimulans en behoud van aanwezige functies van de patiënt en in elk geval achteruitgang tegengaan. De patiënt stemt zelf in met het behandelingsplan of als dat niet mogelijk is een partner, ouder of wettelijke vertegenwoordiger.

Dwangbehandeling

Als er in de instelling sprake is van een gevaarlijke situatie, de patiënt verwondt zich bijvoorbeeld, of is agressief, kan de instelling dwangbehandeling toepassen. In de Wet BOPZ staan hiervoor de voorwaarden genoemd. De veiligheidsmaatregelen die de vrijheid van de patiënt beperken, worden ‘middelen en maatregelen’ genoemd. Deze mogen in een noodsituatie ten hoogste zeven dagen worden toegepast.

De wet kent de volgende middelen en maatregelen:

  • afzondering, het tijdelijk verblijf in een aparte ruimte;
  • fixatie, het belemmeren van de bewegingsvrijheid (bijvoorbeeld door het plaatsen van bedhekken of het omdoen van een onrustband);
  • toediening van medicijnen;
  • toediening van voeding of vocht.