Welke procedures staan in de Wet BOPZ voor gedwongen opname in een instelling?

De Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ) beschrijft de procedures die gelden bij onvrijwillige opname in een psychiatrische instelling.

De noodzaak van gedwongen opname of verblijf komt voor als:

  • de cliënt een gevaar vormt voor zichzelf, anderen of de omgeving;
  • de cliënt lijdt aan een geestesstoornis (beoordeling van een deskundig arts of psychiater);
  • de cliënt zich buiten de instelling niet meer kan handhaven of gevaar veroorzaakt dat alleen voorkomen kan worden door een opname of verder verblijf. Dit geldt alleen voor mensen met een verstandelijke handicap of psychogeriatrische patiënten (dementerende ouderen).

Er kunnen drie situaties aan de orde zijn:

  • de cliënt stemt in met de opname;
  • de cliënt stemt niet in met opname, maar verzet zich ook niet;
  • de cliënt stemt niet in met opname en verzet zich hiertegen.


Artikel 60 Bopz toets / bij geen bereidheid, geen verzet

Mensen die niet instemmen met opname maar zich daartegen ook niet verzetten, kunnen worden opgenomen als de Bopz-indicatiecommissie dit nodig acht. Dit is de zogenoemde ‘artikel 60-procedure’.

Rechterlijke machtiging of Inbewaringstelling / bij verzet

In principe kan een cliënt die niet instemt met opname en zich verzet, niet worden opgenomen in een instelling. Toch kan volgens een familielid, de huisarts of de psychiater opname noodzakelijk zijn. Opname is dan mogelijk via een rechterlijke machtiging die wordt aangevraagd via de rechter. Bij acuut gevaar voor gezondheid of veiligheid van de cliënt kan bij de burgemeester ook een Inbewaringstelling worden aangevraagd. Met een Inbewaringstelling moet de cliënt binnen 24 uur opgenomen worden.

Voorlopige machtiging

Cliënten kunnen ook op basis van een voorlopige machtiging van de rechter in een instelling worden opgenomen. Dit kan alleen als het gevaar dat zij vormen voor zichzelf of anderen, niet op een andere manier is af te wenden.

Machtiging op eigen verzoek

Iemand die zich wel wil laten opnemen in een instelling, maar vermoedt daar later op terug te willen komen, dus de opname te willen stopzetten, kan een machtiging op eigen verzoek krijgen.

Voorwaardelijke machtiging

Sinds 1 januari 2004 bestaat de voorwaardelijke machtiging. De cliënt wordt dan niet opgenomen in een instelling zolang deze zich houdt aan bepaalde voorwaarden.

Observatiemachtiging

Op 1 januari 2006 is de observatiemachtiging in werking getreden. Deze is bedoeld voor patiënten van wie het ernstige vermoeden bestaat dat zij een gevaar vormen voor zichzelf door een geestesstoornis.