Wanneer eindigt een ondertoezichtstelling?

De ondertoezichtstelling eindigt wanneer:

  • niet om een verlenging wordt gevraagd: De ondertoezichtstelling stopt als na het verlopen van de periode waarvoor de ondertoezichtstelling is opgelegd geen maatregel meer nodig is. Als de gezinsvoogdij-instelling van mening is dat de ondertoezichtstelling niet meer nodig is, dan brengt zij hiervan de Raad voor de Kinderbescherming op de hoogte. De Raad bekijkt dan de situatie. Is de Raad het met de gezinsvoogdij-instelling eens, dan stopt de ondertoezichtstelling. De kinderrechter wordt hierbij niet meer ingeschakeld. Is de Raad het niet met de gezinsvoogdij-instelling eens, dan neemt de Raad contact op met de gezinsvoogdij-instelling en eventueel ook met de ouders. Als de Raad blijft vinden dat verlenging van de ondertoezichtstelling wel noodzakelijk is, dan verzoekt de Raad aan de kinderrechter om de ondertoezichtstelling te verlengen.
  • de rechter het verzoek om verlenging afwijst;
  • de rechter op verzoek de ondertoezichtstelling beëindigt: De kinderrechter kan de ondertoezichtstelling op verzoek beëindigen als hij vindt dat de problemen voldoende zijn opgelost.
  • een kind meerderjarig wordt: De ondertoezichtstelling vervalt automatisch als het kind achttien jaar wordt en dus meerderjarig. Het kind kan dan toch nog langer hulp blijven krijgen wanneer hij dat zelf wil. Hierover kan de gezinsvoogd meer informatie geven. Pas wanneer iemand 23 jaar wordt, houdt deze hulp definitief op.

Een verzoek om de ondertoezichtstelling te beëindigen kan worden gedaan door:

  • het Bureau Jeugdzorg (de gezinsvoogdij-instelling);
  • de ouder die gezag heeft;
  • het kind van twaalf jaar of ouder.