Wat gebeurt met gezag over een kind bij overlijden?

Wat er gebeurt met het gezag bij het overlijden van iemand die gezag heeft over een kind, hangt af van uw persoonlijke situatie. Voor gezamenlijk ouderlijk gezag, ouderlijk gezag van één ouder en gezamenlijk gezag van een ouder en niet-ouder zijn verschillende regelingen.

Gezamenlijk ouderlijk gezag

Als beide ouders samen het gezag hebben en één van de ouders overlijdt behoudt de andere ouder automatisch het gezag. Als beide ouders overlijden, bepaalt de kantonrechter wie voogd wordt. Als de ouders in hun testament een voogd hebben benoemd, dan wordt aan deze persoon gevraagd of hij voogd wil worden. Het is ook mogelijk om bij testament twee personen te benoemen tot de gezamenlijke voogden. Als beide ouders in hun testament verschillende personen aanwijzen als voogd(en), beslist de kantonrechter. Hij kan hierbij de Raad voor de Kinderbescherming om advies vragen.

Eén ouder heeft het gezag

Als één ouder het gezag heeft en overlijdt, bepaalt de rechter wie voortaan het gezag krijgt. Dit kan de andere ouder zijn of iemand anders. Bijvoorbeeld een voogd die in een testament is aangewezen. De andere ouder heeft een voorkeurspositie. De rechter mag het verzoek van deze ouder om voortaan het gezag uit te oefenen alleen afwijzen als de belangen van het kind gevaar lopen.

Voorkeurspositie andere ouder

Als de overleden ouder bij testament één of twee gezamenlijke voogden heeft benoemd, die bereid zijn de voogdij op zich te nemen, kan de andere ouder nog steeds een verzoek indienen om het gezag te krijgen. Als hij dit doet binnen een jaar na het begin van de voogdij, blijft de voorkeurspositie voor die ouder bestaan. Ook hierna kan de andere ouder nog een verzoek indienen bij de rechter om het gezag te krijgen, maar heeft nu geen voorkeurspositie meer. Hij krijgt het gezag alleen als na de benoeming van de voogd de situatie is veranderd of als bij de benoeming van de voogd is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens.

Gezamenlijk gezag van ouder en niet-ouder
Het gezamenlijk gezag van een ouder en niet-ouder komt ten einde als de ouder of de partner overlijdt. Overlijdt de ouder, dan krijgt de partner de voogdij. Is er een andere ouder zonder gezag, dan kan die bij de rechtbank een verzoek indienen om het gezag toe te kennen. Wordt dit verzoek ingewilligd door de rechtbank, dan eindigt de voogdij van de partner. Overlijdt de partner dan krijgt de ouder alleen het gezag. Hij kan dan eventueel samen met de andere ouder, die geen gezag heeft, de rechter verzoeken om ouderlijk gezag. Ook kan de andere ouder de rechter vragen om het gezag alleen op zich te nemen.