Wat is een inbewaringstelling in de Wet BOPZ?

Inbewaringstelling is een maatregel in de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ). Deze is bedoeld voor iemand die een acuut dreigend gevaar is voor zijn omgeving wegens een vermoedelijke geestesstoornis. De inbewaringstelling is een ordemaatregel die de burgemeester neemt vanwege het spoedeisende karakter van opname in een instelling.

Het verzoek

Iedereen die vindt dat iemand gevaar veroorzaakt, kan dit kenbaar maken aan de politie, aan een hulpverleningsinstantie op psychisch gebied of aan het gemeentehuis. De burgemeester kan deze ordemaatregel nemen. Uiteindelijk maakt de arts uit of er is voldaan aan de voorwaarden die nodig zijn om een inbewaringstelling te verlenen. De arts maakt een geneeskundige verklaring.

De verlening

De burgemeester bepaalt of een inbewaringstelling noodzakelijk is, niet de arts die de geneeskundige verklaring opmaakt. Wel neemt de burgemeester zijn beslissing mede op basis van de geneeskundige verklaring. Daarnaast kan die verklaring worden aangevuld met bijvoorbeeld een politierapport of een brief van de buren of familie van de betrokkene.
Hoger beroep op deze beslissing is niet mogelijk. De enige bezwaarprocedure is cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland.

De voorwaarden waaraan een inbewaringstelling moet voldoen
:

  • de betrokkene veroorzaakt gevaar. Dat gevaar hoeft zich niet te hebben geopenbaard. De angst voor dreigend onheil is voldoende;
  • er bestaat een ernstig vermoeden dat het gevaar wordt veroorzaakt door een geestesstoornis;
  • de procedure voor een voorlopige machtiging kan niet worden afgewacht omdat het gevaar onmiddellijk dreigend is;
  • het gevaar kan niet worden afgewend op een andere manier dan door een gedwongen opname;
  • de betrokkene is ouder dan twaalf jaar;
  • de betrokkene is niet bereid tot een vrijwillige opname.

Duur

De inbewaringstelling van de burgemeester is een tijdelijke maatregel. Omdat het hier gaat om vrijheidsbeneming door een ander dan de rechter, de burgemeester gelast namelijk de inbewaringstelling, mag de inbewaringstelling maar van korte duur zijn, dat wil zeggen: maar een paar dagen.

Voortzetting van de inbewaringstelling

De rechter beslist of de door de burgemeester afgegeven inbewaringstelling mag worden voortgezet. De voorwaarden voor een voortgezette inbewaringstelling zijn dezelfde als die voor een inbewaringstelling. De rechter toetst de voorwaarden op het moment dat hij de betrokkene hoort.

Duur

De duur van de voortgezette inbewaringstelling is drie weken. Deze termijn wordt automatisch verlengd met maximaal drie weken wanneer er vóór het verlopen van de termijn een verzoek is gedaan om de betrokkene langer op te nemen tegen zijn of haar wil. Dat moet dan met een voorlopige machtiging.