Wat is een voorlopige machtiging in de Wet BOPZ en waar is die voor bedoeld?

Een voorlopige machtiging is een maatregel voor mensen die als gevolg van een geestesstoornis een gevaar vormen voor zichzelf of de omgeving, maar die niet willen worden opgenomen. Als andere maatregelen zoals de ambulante zorg (Riagg’s en GGZ-instellingen) er niet in slagen om het gevaar weg te nemen, dan geldt de voorlopige machtiging. De maatregel maakt deel uit van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet BOPZ).
Het doel van een voorlopige machtiging is het wegnemen van het gevaar dat door de patiënt met de geestesstoornis wordt veroorzaakt. De zorg voor de betrokkene is het eerste doel en niet het verbeteren van de geestesstoornis zelf. Deze zorg gebeurt bijvoorbeeld in verzorgingshuizen, instellingen voor verstandelijk gehandicapten en psychogeriatrische verpleeghuizen.

Het verzoek

De officier van justitie, namens het openbaar ministerie, verzoekt om een voorlopige machtiging. Dat kan uit hoofde van zijn beroep of op verzoek van de familie van de betrokkene, zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger of partner.

De verlening

De rechter verleent de machtiging. Er is geen mogelijkheid voor hoger beroep op deze beslissing. De enige bezwaarprocedure is cassatie van de beslissing door de Hoge Raad, de hoogste rechter van Nederland.

Voorwaarden:

  • de betrokkene heeft een geestesstoornis;
  • dóór deze geestesstoornis veroorzaakt de patiënt een gevaar voor zichzelf of zijn of haar omgeving;
  • dat gevaar kan alléén worden afgewend door opname in een psychiatrische instelling;
  • de betrokkene is ouder dan twaalf jaar;
  • de betrokkene is niet bereid tot een vrijwillige opname.

Duur

De duur van de machtiging is maximaal zes maanden, beginnend op de dag dat de rechter de machtiging afgeeft. De duur van bijvoorbeeld een voortgezette inbewaringstelling – eventueel voorafgaand aan de voorlopige machtiging – telt hierbij niet mee. Binnen veertien dagen na deze dag moet opname op basis van de machtiging volgen, anders verliest de machtiging zijn geldigheid. Als de veertien dagen zijn verstreken is een nieuwe machtiging nodig om de betrokkene dan nog op te nemen.