Wat zijn de straffen en maatregelen in het jeugdstrafrecht?

In het jeugdstrafrecht kan de rechter hoofdstraffen, bijkomende straffen en maatregelen opleggen.

Hoofdstraffen

in geval van een misdrijf: jeugddetentie, taakstraf of geldboete;
in geval van overtreding: taakstraf of geldboete.

Bijkomende straffen

verbeurdverklaring (inbeslagneming);
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen.

Maatregelen

  • plaatsing in een jeugdinrichting (PIJ-maatregel);
  • onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen goederen;
  • ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel;
  • schadevergoeding.

Taakstraf

Taakstraffen vormen in toenemende mate een alternatief voor de vrijheidsstraf. De taakstraf is gericht op het afleren van wangedrag. Een taakstraf bestaat uit een werkstraf, leerstraf of een combinatie hiervan. Een taakstraf voor minderjarigen wordt opgelegd door het Openbaar Ministerie en kinderrechter. Bij een minderjarige kan een taakstraf in plaats komen van jeugddetentie of een geldboete. Taakstraffen voor jeugdigen worden begeleid door de Raad voor de Kinderbescherming.

Hoogte geldboete

In het jeugdstrafrecht is de hoogte van de geldboete minstens drie euro en hoogstens 3.350 euro. De rechter bepaalt per geval wat de hoogte is.

Nachtdetentie

Nachtdetentie is een vorm van voorlopige hechtenis. De jongeren gaan overdag naar school en blijven ’s avonds, ’s nachts en in het weekend in een justitiële jeugdinrichting. Deze vorm van voorlopige hechtenis biedt de jeugdigen de mogelijkheid hun opleiding voort te zetten.